Tilbake til start
Velkommen
Bli medlem!
Klikk her!
15. desember 2017


Hovedmeny
Om Pilegrimsfellesskapet St Jakob
Pilegrimsvandring i Norge
Overnattingsguider
Pilegrimsvandring i Spania
Anbefalte nettsteder
Anbefalt litteratur







Web-kamera
Santiago de Compostela:
 

Fra Obradoiro-plassen foran katedralen i Santiago de Compostela.
Klikk for større bilde og valg av andre motiv












ANNONSER

Aktiv ferie og pilegrimsvandringer - på sykkel eller til fots - prøv:









Bente Berg
Gunnar Hokstad:

Caminominner





Anne Kristin Aasmundtveit:
Alle mine veier -
en pilegrims vandring








NB: Pilegrimskontoret er nå julestengt.
Velkommen tilbake 8. januar


< >

      
Tilbake til nyhetsoversikten _______________________________________________________________________


Nederlands
Sist oppdatert 13.01.2017 20:38
 

Welkom bij de
Pelgrimsgemeenschap St Jacob



Te voet over pelgrimspaden naar het noorden


De Noorse pelgrimgeschiedenis en de verbinding met Santiago de Compostela

In 1992 verscheen het boek ”I pilegrimens fotspor” (in de voetsporen van de pelgrim), geschreven door Eivind Luthen. Voor de eerste keer werden hier de middeleeuwse pelgrimswegen in Noorwegen beschreven. In hetzelfde jaar werd in het Noorse Wegmuseum een bescheiden pelgrimstentoonstelling geopend. Boek en tentoonstelling waren het resultaat van een bezoek dat Eivind Luthen in 1979 had afgelegd aan Santiago de Compostela.

Het boek inspireerde Noorse autoriteiten tot het merken van de eerste Noorse pelgrimswegen, die in 1997 dan ook opnieuw geopend werden. Momenteel zijn er ongeveer 2500 km met gemerkte pelgrimswegen in Noorwegen.

De meeste wegen eindigen in Trondheim, of Nidaros zoals de stad heette in de Middeleeuwen. Tot 1537 lagen hier, in een zilveren schrijn, de overblijfselen van de heilige Olav.

Heilige Olav probeerde Noorwegen te verenigen tot één christelijk land, maar sneuvelde in 1030 in de slag van Stiklestad.

Pelgrimstochten naar Trondheim kenden hun hoogtepunt in de jaren 1100-1300, maar dat verdween na de Reformatie in 1537. Het schrijn van de heilige Olav werd hetzelfde jaar vernietigd. In de volgende eeuwen ging kennis over de pelgrimstijd volledig verloren.

Sigrid Undset (1882-1949), winnares van de Nobelprijs voor Literatuur, heeft veel over de pelgrimstraditie geschreven, zowel in romanvorm als in vakliteratuur.  De dichter Jacob Breda Bull (1853-19630) uit het Oosterdal was ook sterk geïnteresseerd in de lokale pelgrimtraditie. Interessant is ook dat het in Tylldalen, een gemeente in Østerdalen, was dat het thema ”pelgrim” voor het eerst aan bod kwam in de vorm van een schouwspel dat daar werd opgevoerd.

De moderne interesse voor de pelgrimtraditie is het resultaat van het werk van doodgewone mensen.



De pelgrimstocht naar Nidaros
De meest gebruikte pelgrimsroute gaat van Oslo via Eidsvoll richting Hamar, en volgt het Gudbrandsdal in noordelijke richting. De weg is ongeveer 650 km en zo’n dertig dagen lang.

 

Een andere route gaat vanuit Oslo in westelijke richting, draait na verloop van tijd naar het noorden, en botst ten noorden van Mjøsa op de noordelijke route. Hier begint het Gudbrandsdal. Nóg een pelgrimsweg naar Nidaros gaat door het Oosterdal en heeft verbinding vanuit Zweden, doch voorlopig zonder met Oslo te verbinden.

Verder naar het noorden toe komen nog twee wegen vanuit Zweden, een ervan gaat via Stiklestad, de plaats waar de Heilige Olav sneuvelde. Hier kwam vroeger ook nog een route vanuit het noorden.



Andere pelgrimswegen

Twee pelgrimswegen lopen uit op het Middeleeuwenpark in Oslo. Ze lopen ten oosten en ten  westen van het Oslofjord, in de provincies Østfold en Vestfold, en doen hier en daar oude woonplaatsen en middeleeuwse kerken aan.

De pelgrimsweg door de provincie Østfold begint in Halden bij de Zweeds grens, maar voorlopig is er geen gemerkte verbinding langs de Zweedse oostkust naar Europa. Het stappen gaat door een aangenaam landschap en meestal rond de bebouwde kom.

De Vestfoldroute is bezaaid met middeleeuwse kerken (zo’n vijftien) en vikinggschiedenis. De beroemde vikinggraven (Oseberg en Gokstad) werden langs deze pelgrimsweg uitgegraven. Hier bevinden zich ook verscheidene plaatselijke bedevaartsoorden, zoals Tønsberg (ruïne), Borre en Løvøy. De moderne weg wordt momenteel verlengd tot Larvik, met bootverbinding verder naar Hirtshals en Hærvejen in Denemarken, en dan verder over land naar Duitsland.

De Noorse hoofdstad Oslo had vroeger ook verscheidene bedevaartsoorden: de Mariakerk en de Hallvardskerk, waarvan alleen nog ruïnes overblijven. De pelgrimswegen van Ostfold en Vestfold leiden naar hier, en de weg naar Nidaros gaat van hier verder. De ruïnes vormen zo een natuurlijke verbinding tussen deze pelgrimswegen.

Overigens zijn er een aantal wegen die naar lokale pelgrimsdoelen leiden, zonder verbinding met Nidaros. Een pelgrimsroute van 200 km gaat van Selfjord in de provincie Telemark over een prachtig berglandschap naar een van de vroegere Noorse pelgrimsplaatsen, Røldal. Het pelgrimsdoel daar is een staafkerk met een mirakuleus kruisbeeld. Er bestaat ook een pelgrimsroute van 74 km vanuit Hovden in het Setesdal naar Røldal.

In 2006 werd in Valdres een nieuwe weg van 165 km geopend. De weg start aan de staafkerk van Heddal en loopt tot de Sint-Thomaskerk op de Fileberg; dit is een nieuwe kerk die werd gebouwd op de plek waar de oude kerk werd afgebroken in 1808. De kerk is opgedragen aan de martelaar Thomas Becket. In Valdres zijn er zes staafkerken, die bijna allemaal door de pelgrimsweg worden aangelopen.

Langs de lange Noorse westkust reisden pelgrims per boot. Stavanger en Bergen waren doelen voor de toenmalige pelgrims, maar ook langs de kust zijn er veel historische pelgrimsplaatsen. Een parel van een oord is het klooster op het eiland Selja in het noordwesten, ongeveer halfweg tussen Bergen en Trondheim.

Dit pelgrimsdoel heeft met Sint-Sunniva te maken. Het is mogelijk langs de kust naar Trondheim te varen, een reis die langs prachtige kustkerken en kloosters leidt.


Herbergen
Een netwerk van gezellige herbergen is tot stand gekomen langs de hoofdroute naar Nidaros, de meesten bevinden zich op zo’n 20 kilometer afstand van mekaar. De prijzen zijn democratisch, dikwijls ligt de herberg op een boerderij in privé-bezit, of ook is het een religieuze gemeenschap die de herberg beheert, of een plaatselijke vereniging.

 Er zijn ook campinghutten en herbergen die beheerd worden door Norske Vandrehjem (een vereniging die herbergen ter beschikking stelt) langs de pelgrimsroute. Dit zijn hutten met eenvoudig comfort en een bescheiden prijs, voor leden van de vereniging.

Een deel van deze hutten werken met de formule ”zelf huishouden”, maar hier en daar worden maaltijden aangeboden.

Gewoonlijk is er ook mogelijkheid voor douchen en het drogen van kleren. In steden en sommige gehuchten kan men ook hotels vinden. Voorlopig is het transporteren van bagage schaars. Meestal spreken de mensen Engels, maar zelden andere vreemde talen.

Langs de andere pelgrimswegen variëren de overnachtingsmogelijkheden, vooral als men op eigen initiatief stapt en geen deel uitmaakt van een georganiseerde groep.


Het seizoen
Het pelgrimseizoen in Noorwegen is kort, normaal de periode juni tot september. De meerderheid van de pelgrims naar Nidaros vangen in juli aan. De bedoeling is dan om het einddoel op 29 juli te bereiken, de datum van de dood van de heilige Olav. Dan zijn er grote feestelijkheden in Trondheim, met diverse  cultuurgebeurtenissen zoals markten, middeleeuws festival, concerten en tentoonstellingen.

Nochtans zijn er weinig pelgrims naar Nidaros die werkelijk lang stappen, vanuit Oslo zijn het er maar heel weinig. In het algemeen zijn de Noorse pelgrims tevreden met een tocht van enkele dagen, en velen delen de pelgrimstocht over meerdere jaren. En natuurlijk zijn er ook die alleen het laatste deel naar Trondheim afleggen.

In verband met de jaarlijkse viering van de heilige Olav worden lange tochten georganiseerd, met gids en bagagetransport. Tijdens de zomermaanden worden ook meerdere tochten georganiseerd over het Dovregebergte naar Trondheim. Deze tochten gaan door de bergen, met hoogtes tot 1300 meter.

Elke zomer zijn er tevens georganiseerde tochten naar Røldal og door Valdres, en lokale tochten door het Oosterdal en langs de andere pelgrimswegen. Er komt ook meer en meer interesse voor de kustpelgrimscultuur, en er worden pelgrimsreizen per boot langs de kust aangeboden.


De pelgrimswegen
De pelgrimswegen in Noorwegen zijn slechter gemerkt dan de wegen in Spanje of Frankrijk. De routes zijn ook moeilijker, met veel stijgingen en omheiningen die moeten overwonnen worden. Sommige paden, vooral in het Gudbrandsdal, lopen zigzag langs de dalzijden. Er zijn heel weinig asfaltwegen. In bosgebieden en in de bergen is het beekwater over het algemeen drinkwater. Water is gemakkelijk te vinden. Elk kerkhof heeft zijn kraantje, op de tankstations of bij de mensen die langs de weg wonen. Al het kraanwater is drinkwater in Noorwegen.

De pelgrimsroute gaat dikwijls rond de bebouwde kom, maar bijna nooit te ver om even een omwegje te maken als daar behoefte aan is. Winkels zijn er weinig, dus moeten inkopen goed gepland worden. Tijdens de vier of vijf dagen over het Dovremassief zijn winkels onbestaande, alhoewel het hier en daar mogelijk is om te bevoorraden op de overnachtingsplaatsen.

Dekking voor mobiele telefoon is op sommige plaatsen slecht, vooral in de bergen en de grote bosgebieden. Af en toe ook op de overnachtingsplaatsen.

De pelgrimswegen in Noorwegen gaan door prachtige natuur. Sommige routes leiden langs meerdere middeleeuwse kerken. Spijtig genoeg zijn de meeste kerken gesloten buiten de diensturen. Er wordt nochtans hard gezocht naar meer  mogelijkheden tot kerkbezoek voor pelgrims.

Er zijn weinig pelgrims die alleen op stap gaan. Dat betekent dat het meestal gemakkelijk is overnachting te vinden in de herbergen, alleen of in kleine groepjes. De natuur en de paden zijn dan ook weinig bevolkt, wat van grote waarde is – als men daarop uit is. Tijdens de zomer en de herfst kan het veel regenen.

Op stap gaan in Noorwegen is veilig, ook alleen, en een pelgrim wordt goed ontvangen. Er is geen gevaar voor een ontmoeting met een gevaarlijk wild dier langs de pelgrimsweg. Een paard kan gebruikt worden en hier en daar is fietsen ook mogelijk, gedeeltelijk althans. De Noorse pelgrimsweg heeft status als Europese cultuurweg. Dat kan betekenen dat de wegen beetje bij beetje een standaard zullen krijgen die van Europees niveau is.

Buitenlandse pelgrims zullen de noorse prijzen hoog vinden, alhoewel de herbergen een goedkoper aanbod proberen te vinden.


Benodigdheden

Een pelgrim in Noorwegen heeft betere gerief nodig dan en pelgrim in het zuiden. Slaapzak is een must, evenals goede regenkledij. Voor voedsel moet zelf gezorgd worden en een goede planning is absoluut aan te bevelen, vooral voor de vier-vijf dagen over het Dovremassief; winkels zijn daar niet te vinden.

Anderzijds zijn onder andere gidsboek, zaklamp, eerstehulpgerief, mes, een warme trui en een muts van grote waarde. De meeste gidsboeken zijn in het Noors, kaarten zijn makkelijker te begrijpen. Sommigen brengen ook een tent mee. Dat is natuurlijk extra gewicht, maar in Noorwegen is het vrij kamperen, en gratis. De tent mag twee nachten op dezelfde plek staan, maar wel minstens 150 meter van gebouwen.

In tegenstelling tot de toeristkantoren in Spanje is er weinig kennis over de pelgrimswegen in de noorse toeristkantoren, en dat geldt ook voor de de overige bevolking.


Cultuur en natuur
De pelgrimswegen liggen bestrooid met middeleeuwse kerken. Veelal zijn de kerken gesloten, maar dikwijls is er een kerkhofarbeider in de buurt die de sleutel heeft.

Interessante kerken langs de hoofdroute naar Nidaros zijn vooral de kerk van Stange, de ”glaskathedraal” in Hamar, de kerk in Ringsaker, de staafkerk in Ringebu (in de zomer geopend) en de kerk van Skaun. En natuurlijk de Nidaroskathedraal, de nationale kathedraal. Aan de westflank bevindt zich een sculptuur van de apostel Jacob. En dan zijn er talrijke stenen kerken langs de pelgrimswegen in Østfold en Vestfold, en meerdere staafkerken in Valdres.

De pelgrimsroutes gaan door streken van historisch belang, en liggen zo dicht mogelijk langs de vroegere wegen. Hier en daar gaan de wegen voorbij oude gebouwen, boerderijen, bruggen, wegen, vikinggraven, vangstgraven of plekken met een rijke industriegeschiedenis. Af en toe staan er informatieborden met geschiedenis en cultuurinformatie. Voor de rest gelden gidsboeken, brochures of de lokale bevolking.

Langs de route zijn er meerdere heilige bronnen, zoals ten zuiden van Lillehanner, op Dovre en in Meldal. De pelgrimsweg heeft ook mooie houten bruggen, watervallen, fantastiche uitzichtspunten, zwemgelegenheid, historische herbergen, oerwoud, bloemenpracht, een rijke fauna, bosbessen, paddestoelen en visvangst (forel). Gaat men rustig door de natuur dan stoot men misschien wel op een eland, een ree, een rendier of en bosvogel, En in het Dovremassief leeft de moskus.


Pelgrimsgemeenschap Sint Jacob – Pilegrimsfellesskapet St.Jakob
De vennootschap werd in 1996 gesticht. De bestuursleider is Trond Muri, Eivind Luthen is dagelijk verantwoordelijke en leider. Hij was ook de stichter van de vereniging en van het Pelgrimskantoor. De vereniging heeft ongeveer 1200 leden, en is uitgever van het tijdschrift ”Pilegrimen”, dat vier maal per jaar verschijnt. Eivind Luthen is redakteur. Tormod Berger is de webmaster van de vennootschap (www.pilegrim.no).

”Pilegrimssfellesskapet St Jakob” is een centrale kracht voor de pelgrimszaak in Noorwegen en vindt inspiratie bij gelijkaardige verenigingen in West-Europa. De pelgrimswegen in Frankrijk en Spanje staan centraal. Het kantoor ligt in hartje Oslo, en is sinds 1994 het permanent en heeltijds secretariaat van de vereniging.

De vereniging werkt actief voor het verspreiden van informatie over pelgrimsroutes in Noorwegen en in het buitenland en is een sterke motivator. In 2010 deelde de vereniging ongeveer 1000 pelgrimspassen uit (credentials). Het meest aan Noren die in Spanje en Frankrijk wilden stappen. De vereniging werkt voor een verbinding tussen de Noorse en de Europese pelgrimswegen via Zweden en Denemarken, onder andere de route Halden-Oslo. Deze verbinding zou verder moeten naar Lund in Zweden. Lund was  immers de aartsbisschoppelijke zetel voor het ganse Noorden van 1103 tot 1153.

De vennootschap ijvert ook voor andere routes. Zo werd de historische route tussen Oslo en Hamar geëtableerd. De vereniging in samenwerking met anderen, heeft gidsboeken gepubliceerd voor het stappen in Noorwegen en in Spanje (de Via de la Plata- en Madridwegen).

De vennootschap werkt samen met de touroperator ”Merlot Reiser”, die georganiseerde tochten aanbiedt voor de pelgrim die in Frankrijk en Spanje op stap wil gaan.

De Noorse pelgrimsinteresse voor Spanje is positief beïnvloed door pioniers als Arne Aakermann, Knud-Helge Robberstad og Lars Erik Espeland, die de eerste boeken schreven over de camino. Overigens was Gema Agüera Bugliott uit La Coruña de eerste die de route Oslo-Trondheim deed. Ze begon met Pasen 1997 en stapte door tot de Noordkaap.


De overheid neemt deel
Als enig land op aarde heeft de Noorse overheid beslist dat de pelgrimswerkzaamheid gestuurd en gekontrolleerd zal worden door een nationaal centrum. Dit centrum zal in Trondheim liggen, met een pelgrimsdirecteur aan het hoofd ervan. Ook zijn er nu vijf regionale openbare pelgrimscentra, die langs de pelgrimsroute van Oslo naar Trondheim liggen: in Oslo, Gran in Hadeland, Hamar, Hundorp in het Grudbrandsdal en Hjerkinn in het Dovremassief.


De apostel Jacob in Noorwegen
Er is maar één middeleeuwse Jacobskerk in Noorwegen, in Eidfjord aan de westkust. In de kerk ligt een grafsteen met de afbeelding van een knielende vrouw die Sint-Jacob een kerk schenkt. Sinds enige jaren wordt hier een schouwspel opgevoerd met focus op de Sint-Jacokskerk en haar dramatische achtergrond.

Het logo van het genootschap Sint Jacok is afkomstig van het relikwieschrijn in Hedalen (ca 1250). Het is een afbeelding van de apostel Jacob en de heilige Olav. Dit is de enige middeleeuwse afbeelding van de twee heiligen samen, een afbeelding die de arbeid symboliseert van de vereniging om de Noorse en de Europese pelgrimswegen te verbinden.

Het genootschap Sint Jacob heeft mooie, originale kunstwerken om Sint Jacob aan de kerken van Ringsaker en Borre geschonken. De vereniging produceert ook pelgrimspassen en diploma’s die uitgedeeld worden aan de pelgrims die naar Trondheim gaan.

Daarnaast heeft de vereniging meegewerkt om een bronzen standbeeld op te zetten in Tønsberg van een vrouwelijke pelgrim. Tønsberg is overigens vriendschapsstad met Covarrubias in de nabijheid van Burgos.


Bijstand voor het stappen in Noorwegen
Als pelgrim ben je hartelijk welkom in Noorwegen. Op het pelgrimskantoor in Oslo krijg je gratis een pelgrimspas en de nodige bijstand om de tocht naar het noorden te plannen. Wil je  de zegen van de Kerk voor je vertrekt dan kunnen we je ook daar mee helpen. Neem graag, en goed op voorhand, contact met ons voor je met het plannen begint. Gebruik liefst e-post.

 

 










Nyttige guidebøker
fra Pilegrimskontoret

Noen spanske vandringsveier

Guidebøkene fra Verbum


Camino Frances på norsk


De spanske nordveiene


Camino Portugues


Oslo-Nidaros


Oslo-Nidaros på engelsk


Via Francigena, del 2


Husk pilegrimspass til vandringen
 


Luthens litteratur
Pilegrim ved verdens ende


Skjærgårds-
historier fra Nøtterøy


Selja, Sunniva-
kulten og pilegrimsmålet



Pilegrimsfellesskapet St. Jakob, Norge Huitfeldtsgate 11, 0253 Oslo, Tlf 22 33 03 11
Feil og kommentarer kan meldes nettredaktør.